BBTK > Mijn Rechten > Schijnzelfstandigheid

21-9-2017 12:41 Afdrukken

Schijnzelfstandigheid

In België zijn twee partijen in principe vrij om de aard van hun arbeidsrelatie te kiezen. Maar de realiteit moet wel overeenstemmen met wat er in de samenwerkingsovereenkomst staat. Zoals het woord doet vermoeden, is dit niet het geval bij schijnzelfstandigen. Deze werknemers zijn officieel zelfstandige maar staan in werkelijkheid onder het gezag van een werkgever. Ze zouden dus gewoon in loondienst moeten zijn én dezelfde bescherming genieten als alle andere werknemers.
Schijnzelfstandigheid is een zware vorm van sociale fraude die het solidariteitsprincipe van onze sociale zekerheid ondermijnt. Terwijl dit fenomeen vroeger vooral beperkt bleef tot een aantal sectoren, zien we dat het nu ook toeneemt onder bedienden. We zetten hier de feiten even op een rijtje.


Schijnzelfstandigheid: niet zonder risico

De reden dat sommige mensen schijnzelfstandige zijn is simpel. De werkgever betaalt geen patronale lasten en de verplichtingen verbonden aan een arbeidsovereenkomst hoeven niet gerespecteerd te worden. Als schijnzelfstandige heb je geen recht op een opzegvergoeding en je contract kan van de ene dag op de andere verbroken worden. Er zijn geen barema’s met minimumlonen. Word je ziek of (tijdelijk) arbeidsongeschikt? Dan heb je geen recht op een gewaarborgd loon. Je bouwt ook geen sociale rechten op die belangrijk zijn voor zaken zoals je pensioen. Je loopt als schijnzelfstandige dus een heel aantal voordelen mis waar je eigenlijk wel recht op hebt.

Wie is (geen) zelfstandige?

Het is niet altijd even duidelijk of iemand eigenlijk werknemer zou moeten zijn. De arbeidsrelatiewet van 2006 legde echter 4 criteria vast die bepalen of iemand zelfstandige of al dan niet gewoon werknemer is.


• De wil van de partijen om al dan niet op zelfstandige basis samen te werken.
• De vrijheid van organisatie en werktijd: als zelfstandige ben je vrij om je werkuren en/of je vakanties te plannen zoals je dit wenst. Een werknemer daarentegen moet zich schikken naar een werktijdregeling, moet afwezigheden verantwoorden, kan niet zomaar vakantie nemen, …
• De vrijheid van organisatie van het werk: wanneer er sprake is van een precieze omschrijving van de taken, gekoppeld aan beslissingen van een hiërarchische meerdere wijst dit op een band van ondergeschiktheid. Tussen een opdrachtgever en een zelfstandige kan hier geen sprake van zijn.
• De mogelijkheid om een hiërarchische controle uit te oefenen: dit impliceert werkgeversgezag en wijst dus op een arbeidsrelatie.


De arbeidsrechtbanken hanteren daarnaast een bijkomende lijst met aparte criteria om te bepalen of er sprake is van een normale arbeidsovereenkomst. In bepaalde sectoren (schoonmaak, bouw, bewaking en transport) gelden er sinds 2013 nog strengere regels. Ten slotte hebben arbeidsrechtbanken steeds het laatste woord in de beoordeling van de arbeidsrelatie. Wanneer de rechtbank oordeelt dat het gaat om een arbeidsovereenkomst, zal er sprake zijn van ‘herkwalificatie’. In dat geval volgen er financiele sancties. Informeer je dus voldoende en laat je bij twijfel niet zomaar overtuigen.

Share/Bookmark