Verplaatsingskosten

Er zijn twee verschillende situaties:
- de kosten die te maken hebben met het woon-werktraject.
- de kosten die voortvloeien uit het gebruik van de privé-wagen voor professionele doeleinden (andere dan woon-werkverplaatsingen).
Die kosten kunnen je gedeeltelijk door je werkgever worden terugbetaald. Dat hangt onder meer af van je vervoermiddel en van de afstand tussen je woon- en je werkplaats.
De genoemde bedragen zijn minimumbedragen. De CAO’s van je sector of van je bedrijf kunnen voorzien in hogere terugbetalingen dan de wettelijke bepalingen ter zake. Voor meer info kan je terecht bij je BBTK-afgevaardigde of je gewestelijke afdeling.
Woon-werkverkeer
Kom je met het openbaar vervoer naar het werk, dan is je werkgever verplicht bij te dragen in je vervoersonkosten voor het woon-werkverkeer, en dit ongeacht het bedrag van je loon. Er bestaan minimumbedragen die voor alle sectoren gelden.
Ik neem de trein naar het werk
Ongeacht de afstand die je aflegt (vanaf de 1ste km), moet je werkgever tussenkomen in de prijs van je treinabonnement (doorgaans “treinkaart” genoemd). Het bedrag van de bijdrage van je werkgever wordt vastgelegd naargelang van de afstand. Gemiddeld komt dit overeen met +/- 72,1% van de prijs van de treinkaart, de rest dien je zelf bij te leggen. Om de twee jaar publiceert de NMBS op haar website een tabel met de vaste bedragen van de werkgeverstussenkomst.
Op 1 februari 2012 verhoogt de NMBS de prijs van de treinkaarten met 2,27%. De tussenkomst van de werkgever in de vervoersonkosten volgt die tendens daarentegen niet: die – vaste – bedragen blijven immers al sinds 2009 onveranderd. In de praktijk betekent dit dat je persoonlijke bijdrage vanaf 1 februari verhoudingsgewijs zal stijgen van gemiddeld 25% naar 27,9%.