De grote uitdagingen van het najaar
Op het ogenblik dat wij dit edito schrijven (maandag 30/8) is de politieke situatie niet zo duidelijk. Wij gaan ons dan ook niet wagen aan commentaar ter zake. Toch moet het ons van het hart dat ons land snel nood heeft aan een regering die de sociaal-economische problemen aanpakt.
En daarmee willen wij niet zeggen dat er op het vlak van de staatshervorming niets moet gebeuren. Wij weten ook wel dat de resultaten van de politieke verkiezingen van 13 juni dit noodzakelijk maken. Het land mag echter geen maanden lam gelegd worden, want dit zal zich uiteindelijk tegen de bevolking, en meer in het bijzonder de werknemers, keren. Belangrijke sociaal-economische dossiers dreigen op de lange baan te worden geschoven. Wat betreft de staatshervorming zelf kunnen wij alleen maar blijven herhalen dat wij waakzaam zijn en eender welk resultaat zullen beoordelen in functie van de waarden die wij blijven verdedigen: het federaal karakter van de sociale zekerheid, het individuele- en collectieve arbeidsrecht en de fiscaliteit.
Welvaartsvastheid: het is nu al duidelijk dat het voorziene advies van vakbonden en werkgevers over de verhoging van de pensioenen en andere sociale uitkeringen niet tegen 15 september zal kunnen worden uitgebracht. De op 15 september geplande concentratie zal moeten worden gebruikt om de politiek én de werkgevers onder druk te zetten. De werkgevers zullen immers weer alles doen om dit dossier te koppelen aan de onderhandelingen over een nieuw interprofessioneel akkoord. De onderhandelingen zullen zo al moeilijk genoeg worden. De werkgevers zijn al maanden bezig om te pleiten voor matiging en meer flexibiliteit. Zij zeggen openlijk dat er geen enkele ruimte is voor eender welke loonsverhoging. Integendeel, zij pleiten voor wat genoemd wordt een interne devaluatie via opschorting van indexeringen. Langer werken (per week en over de loopbaan) staat ook op hun verlanglijstje. De onderhandelingen zullen dus moeilijk worden omdat de werknemers wel degelijk, naast het beveiligen van kwalitatieve jobs, een verbetering van hun koopkracht willen. Of deze keer de overheid weer over de brug zal komen met financiële middelen om een akkoord tussen werkgevers en vakbonden mogelijk te maken, valt nog af te wachten. De budgettaire situatie is verre van rooskleurig, om niet te zeggen catastrofaal. Tegen 2014 zou 25 miljard op recurrente basis moeten gevonden worden. Dit betekent € 2500 per Belg ! (groot of klein, werkend of niet). Het VBO heeft hier het voorbije weekend haar aloude recepten naar voor gebracht: slechts een klein deel hiervan (één vijfde) moet gezocht worden in bijkomende inkomens voor de staat en vier vijfden via besparingen. Dat de overheidsdiensten hier geviseerd worden is niet onverwacht en dat het geheel van de werkende bevolking hiervoor zal moeten opdraaien eveneens. Ook de door het VBO voorgestelde nieuwe inkomsten moeten veeleer gezien worden als zand in onze ogen. Her en der sprak men immers van een opening van de werkgevers om over vermogensbelasting te praten.
Laat ons niet lachen: verhoging van de roerende voorheffing en van het kadastraal inkomen is niet echt wat wij verstaan onder vermogensbelasting. Met de voorstellen van het VBO zullen veeleer weer de middeninkomens geraakt worden, niet echt de rijke vermogens in dit land. Want hun vermogen is niet gebaseerd op inkomsten uit spaarrekeningen of een eigen modaal woonhuis. Voor ons moet de aanpak van het begrotingsdeficit (hoe groot en over welke termijn moet nog ingevuld worden en noodzaakt eveneens een politieke keuze) in eerste instantie gaan om het zoeken van nieuwe inkomsten bij hen die de mogelijkheid hebben om nieuwe lasten te dragen, niet bij de modale werknemer. Wij zullen ons verzetten tegen een soberheids- en besparingsbeleid. Daarom ook roepen wij onze leden op om massaal deel te nemen aan de Europese betoging in Brussel op 29 september. In alle Europese landen worden werknemers en vakbonden immers geconfronteerd met inleveringen en besparingen. Wij zullen duidelijk maken dat dit niet kan.