BBTK > Nieuws > 125 jaar solidariteit volgens het leidende duo van de BBTK

12-12-2017 12:51 Afdrukken

 

125 jaar solidariteit volgens het leidende duo van de BBTK

Bij de viering van de 125ste verjaardag van onze vakorganisatie willen we natuurlijk ook de mensen aan het woord laten die al meer dan 10 jaar aan het roer staan: onze voorzitter Erwin De Deyn en onze ondervoorzitter Myriam Delmée. Ze laten hun licht schijnen op de recente syndicale geschiedenis en de uitdagingen die ons te wachten staan.

 

De BBTK is al een hele tijd deel van jullie dagelijkse werkleven, toch?

Erwin De Deyn: “Ik ben destijds beginnen werken als ingenieur elektronica bij Test-Aankoop. Ik was al actief militant bij de Jongsocialisten en heb zeer snel de syndicale afvaardiging binnen het bedrijf uit de grond gestampt. Naast mijn job ben ik ook politieke wetenschappen aan de VUB beginnen studeren. Toen – we spreken over 1979 – ben ik bij de vormingsdienst van de BBTK aan de slag gegaan. Dertien jaar lang heb ik zo België doorkruist als vormingswerker. In 1992 ben ik federaal secretaris geworden, verantwoordelijk voor de sectoren handel, APCB (dat toen nog ANPCB heette), logistiek en diverse diensten. In 2004 ben ik ondervoorzitter geworden.”

Myriam Delmée: “In 1996 ben ik als pas afgestudeerde tot de grote familie van de BBTK toegetreden. Met mijn licentiaatsdiploma rechten en sociaal recht in het bijzonder werd ik aangeworven bij de juridische dienst van de BBTK van Bergen. Ik kende de vakbondswereld niet echt maar ik was wel al overtuigd links… In het jaar 2000 ben ik bij de BBTK Federaal als juridisch adviseur gaan werken. De rest kennen jullie: vier jaar later werd ik federaal secretaris bevoegd voor handel en financiën en uiteindelijk, toen Erwin in 2006 zelf voorzitter werd, kwam ik als ondervoorzitter op de stoel naast hem te zitten.”

 

Wat hebben jullie in al die jaren zien veranderen?

E.D.D.: “Alles is veranderd, de werkinstrumenten op kop. Toen ik in 1979 bij de BBTK begon, waren ze net overgestapt van mechanische naar elektrische typemachines. Vandaag haast onvoorstelbaar, maar de technologie stond bijlange nog niet waar ze nu staat. Om documenten te kopiëren, werd nog gewerkt met stencilmachines. Alle communicatie verliep op papier via een bode of de post. Iedere dag kregen de gewestelijke afdelingen stapels documenten binnen die ze moesten sorteren, kopiëren en onder de betrokkenen verdelen. Een hele logistieke operatie!”

M.D.: “In het begin moest ik op informaticavlak een stap terugzetten (lacht). Destijds zat onze organisatie nog niet in het Windows-tijdperk, terwijl ik dat wel al kende en thuis gebruikte. De overgang naar die nieuwe IT-omgeving was een hele uitdaging voor de BBTK, een modernisering waar ook een uitgebreid opleidingsplan voor alle personeelsleden bij kwam kijken.”

 

De evolutie van de werkinstrumenten had dus ook gevolgen voor de werking van de BBTK…

E.D.D.: “Uiteraard. Door de digitalisering hebben we onze dienstverlening in de afdelingen aan leden en militanten op alle vlakken moeten herbekijken en moderniseren. Ook op federaal vlak hebben we ons moeten aanpassen en werden een aantal afdelingen sterk uitgebreid: ik denk dan aan diensten als communicatie, vorming (voor militanten), informatica, vertaling, studie, boekhouding, administratie en ondersteunende diensten. Wat er vandaag bestaat, valt niet meer te vergelijken met twintig jaar geleden. Alles verandert steeds sneller en we moeten daarmee kunnen omgaan.”

M.D.: “En ook buiten de BBTK heeft de automatisering een enorme invloed op alle sectoren en bedrijven. Want jobs worden hier grondig door gewijzigd. Om een voorbeeld uit de handel te nemen: wanneer een rekkenvulster vroeger gezondheidsproblemen kreeg, werd ze aan de kassa gezet zodat ze met wat lichter werk haar loopbaan kon uitdoen. Dit beroep is door de nieuwe technologieën helemaal veranderd. Vandaag moeten werknemers hun taken naast en zoals machines uitvoeren en polyvalent zijn: eerst rekken aanvullen, dan aan de kassa werken, al naargelang de behoefte. Het wordt dus alsmaar moeilijker om een andere functie te vinden voor werknemers die ‘op’ zijn... En samen met de maatregelen van De Block voor de re-integratie van zieken geeft dat een explosieve cocktail.”

 

Welke gebeurtenissen zijn jullie – in negatieve zin – bijgebleven?

M.D.: “De grote herstructureringen in de handel natuurlijk, maar ook alle individuele gevallen die ik behandeld heb op de juridische dienst van de afdeling van Bergen. Je kan niet ongevoelig blijven wanneer mensen totaal ontredderd voor je zitten. Ik heb mensen gezien die in grote onzekerheid verkeerden: die hadden nood aan een antwoord, aan steun, maar vooral aan een snelle oplossing. Je tracht hen bij te staan tegen onrecht, tegen malafide werkgevers, tegen kromme administratieve regels en tegen een ontmenselijkt systeem met de enige wapens die je tot je beschikking hebt: het juridisch arsenaal. Ik had soms het gevoel dat ik water naar de zee aan het dragen was…”

E.D.D.: “Dat gevoel van onmacht hebben we ook ervaren tijdens de golf van herstructureringen die ons de laatste jaren overspoeld heeft. Werkelijk alle sectoren kregen ermee te maken. Het was een zwarte periode op sociaaleconomisch vlak en de werknemers hebben er zwaar voor betaald. Gelukkig hebben we de impact enigszins kunnen afzwakken, zowel op kwantitatief (banenverlies) als op kwalitatief vlak (loon- en andere voorwaarden).”

 

Ook in de sociale wetgeving staken enkele dossiers er bovenuit…

E.D.D.: “De algemene arbeidsduurvermindering tot 38 uur per week in het begin van de jaren 2000 was een verandering van formaat. Alle bedrijven hebben zich hiernaar moeten schikken en de werknemersvertegenwoordigers speelden een grote rol in de gesprekken. In sommige sectoren hebben we de arbeidsduur na onderhandelingen zelfs nog méér kunnen inkorten dan in de nieuwe wetgeving voorzien was. Van mooie sociale vooruitgang gesproken! We zouden het soms vergeten, maar de geschiedenis leert ons dat heel wat basisrechten (zoals de zondagsrust, het betaald verlof, de werkloosheids- en ziekteverzekering, het pensioen, enz.) er zonder de vakbonden nooit gekomen zouden zijn…”

M.D.: “Ik herinner me nog goed de overgang van het systeem van loopbaanonderbreking naar tijdskrediet, één van de eerste dossiers die ik bij de NAR moest opvolgen. We kunnen ons vandaag nog altijd afvragen of we er bij de uitvoering van die maatregel eigenlijk niet bij verloren hebben, want de verplichte vervanging van de werknemer werd toen afgeschaft. Daarnaast is er ook het dossier van de gelijkschakeling van de statuten van arbeiders en bedienden waar nog niet alles over gezegd en geschreven is…”

 

Is het soms moeilijk om syndicalist te zijn?

M.D.: “Ja, je moet voortdurend in de clinch gaan met – al dan niet arrogante – werkgevers. En het lijkt me als vrouw nóg moeilijker. Vakbondswerk wacht niet, je moet heel kort op de bal kunnen spelen. Dit vergt heel wat van je tijd en energie. Het is niet altijd eenvoudig om te schipperen tussen beroepsverplichtingen en privéleven. Gelukkig kan ik onder meer rekenen op een fulltime opvangoma die me bijstaat, zodat ik mijn professionele loopbaan én mijn rol als mama ten volle kan vervullen. Los van organisatorische problemen heb ik veel respect en bewondering voor al onze militantes die in de bedrijven nog al te vaak aan de zijde van ‘gewone’ macho’s moeten werken.”

E.D.D.: “Als militant voer je voortdurend strijd… Op het terrein is vakbondswerk niet altijd en overal zichtbaar en dus wordt dat door de publieke opinie over het algemeen ook niet altijd als dusdanig erkend of gesteund. Zo focussen de media bijvoorbeeld graag op de logistieke ‘problemen’ die een staking of vakbondsactie veroorzaken en al te weinig op de onderliggende redenen van het verzet. Ze leveren dan ook makkelijk kritiek zonder dieper te willen graven. Ondanks die soms anti-syndicale ingesteldheid is het ledenaantal de laatste 20 jaar paradoxaal genoeg wél blijven stijgen. We zitten nu aan maar liefst 425.000 leden.”

 

Welke grote uitdagingen zullen onze leden in de toekomst moeten aangaan?

E.D.D.: “De zogenaamde ‘gig economy’ of de economie van de kortlopende klussen. Een wereld waarin werknemers betaald worden per opdracht en waarin tegelijk artificiële intelligentie opgang maakt plaatst de vakbonden voor enorme uitdagingen. Er is een nieuwe visie op arbeidsduur en -organisatie nodig en daar moet heel grondig over nagedacht worden. Méér nog dan vroeger zal opleiding een cruciale rol spelen in de werkwereld van morgen...”

M.D.: “We moeten ook het kostbare fundament beschermen dat onze sociale zekerheid is. Die staat vandaag onder grote druk. Meer dan ooit moet iedereen écht verzekerd zijn van een inkomen waarmee tegenslagen zoals jobverlies, ziekte, enz. overwonnen kunnen worden. We moeten de rangen sluiten en onze krachten bundelen om te tonen dat er andere keuzes bestaan, betere alternatieven dan wat deze rechtse regering ons momenteel oplegt.”

 

Een andere grote uitdaging is het debat over de vakbondsstructuren binnen onze organisatie.

M.D. & E.D.D.: “De BBTK is een grote centrale binnen het ABVV en wij zijn van plan dat te blijven. De harmonisering van de statuten van arbeiders en bedienden, de hervorming van de paritaire comités en veranderingen in het sociaaleconomisch weefsel maken dat de tijd gekomen is om onze structuren intern aan te passen. De centrales zullen tot afspraken moeten komen over een uitwisseling van sectoren zodat één centrale bevoegd wordt voor alle werknemers – arbeiders en bedienden/kaderleden – per sector en per bedrijf. Hierover is overleg met de collega’s van de andere centrales aan de gang. Wij zijn ervan overtuigd dat dit tot een goed einde zal gebracht worden. Wij werken daar ten volle aan en steken ons niet weg. Hierbij zullen uiteraard de belangen van al onze stakeholders vooropstaan: onze leden, militanten, personeel en secretarissen. Dit is en zal ook het geval zijn bij onze collega’s van de andere centrales. Wij hebben dus allemaal hetzelfde belang en hetzelfde doel voor ogen: bouwen aan sterke centrales binnen een sterk ABVV.”

 

Share/Bookmark