BBTK > Nieuws > Barema | Enkele onwaarheden onder de loep

20-9-2018 12:54 Afdrukken

De regering zou een onrechtvaardige, gevaarlijke weg inslaan. Wij ontkrachten ook enkele argumenten die regelmatig worden gebruikt om de aanvallen op ons systeem van sociale vooruitgang goed te praten.
 
 

 Een oudere werknemer zou "minder productief" zijn dan een jonge…

De bewering dat de productiviteit van een werknemer stagneert of achteruitgaat vanaf een bepaalde leeftijd (rond 45 jaar) heeft geen enkele wetenschappelijke basis! De weinige studies die over het onderwerp bestaan spreken elkaar trouwens tegen.


Hoewel het evident is dat de fysieke kracht van een handarbeider meestal vermindert met de leeftijd, geeft de ervaring die hij mettertijd verwierf hem ontegensprekelijke troeven op het vlak van knowhow, kennisoverdracht en het voorkomen van ongevallen. Het is even voor de hand liggend dat een intellectuele werknemer die niet meer hetzelfde "cognitieve reactievermogen" heeft, daarentegen wel over ervaring in en kennis van zijn vak beschikt waardoor hij een probleem beter kan voorzien of oplossen.


Ook al mogen we daar niet rechtstreeks uit afleiden dat oudere werknemers noodzakelijkerwijs productiever zijn dan jongere werknemers, onder meer omdat enige nuance ontbreekt, wordt hiermee toch aangetoond hoe bepalend de rol van oudere werknemers in de productiviteit van bedrijven is.

 

 

 De loonkloof tussen een oudere en een jongere werknemer zou te groot zijn

De loonspanning van de sectorbarema's (= het verschil tussen de lonen aan het begin en aan het einde van de loopbaan) moet sterk worden gerelativeerd.


De gemiddelde loonspanning in sectorale barema’s die werken met ervaring/anciënniteit tussen de leeftijdsschijven 30-39 en 50-59 loopt op tot 120,3%. Dat betekent dat een bediende in de leeftijdsschijf 50-59 jaar gemiddeld een loon heeft dat 1,2 keer hoger ligt dan een bediende in de leeftijdsschijf 30-39 jaar.


Als we dit vergelijken met het pc 200 (APCB), het grootste paritair comité in België (420.000 bedienden), bedraagt deze loonspanning slechts 108%!


Als we de vergelijking maken met Europa, stellen we eveneens vast dat de loonspanning in België zich rond het Europese gemiddelde situeert.


Met uitzondering van de specifieke situatie van Groot-Brittannië bestaat er een "positieve" loonspanning voor alle Europese landen. Als we verder gaan in de analyse, zien we dat de grootste loonspanningen vooral bij hoogopgeleide bedienden voorkomen. Voor de lagere functies zijn die verhoudingen beperkter in omvang en in tijd. 

 

 

 De ervarings-/anciënniteitsbarema's zouden verantwoordelijk zijn voor de relatief lage tewerkstellingsgraad van oudere werknemers

Deze stelling wordt heel vaak aangehaald in rechtse regerings- en werkgeverskringen om ons collectieve stelsel van anciënniteits-/ervaringsbarema's te bekritiseren.  Alweer een verzinsel dat geen ernstige analyse doorstaat!
Als we de tewerkstellingsgraad van oudere arbeiders en bedienden vergelijken, stellen we vast dat arbeiders de arbeidsmarkt vroeger verlaten terwijl anciënniteitsverhogingen bij hen praktisch onbestaande zijn. Bedienden (en vooral hooggeschoolde bedienden) werken langer terwijl de baremieke spanning daar het hoogst is.


Wij zijn ervan overtuigd dat andere elementen een cruciale rol spelen, zoals de combinatie van arbeid en gezin en de beperkte opleidingsmogelijkheden voor oudere werknemers.


In België zijn de automatische baremieke verhogingen gemiddeld beperkt tot 22 jaar! In de praktijk is er rond de leeftijd van 45 jaar dus geen loonprogressie meer. We begrijpen dan ook niet goed, als de barema’s niet meer stijgen, waarom oudere werknemers niet meer aan de slag zouden kunnen blijven. Dit bewijst dus dat het barema lang niet de belangrijkste hinderpaal is om oudere werknemers aan te werven!

 

 

 Loonstelsels volgens verdienste/performantie zouden een positief effect hebben

We wijzen erop dat variabele loonstelsels al bestaan in België maar dat ze bovenop de barema’s komen. Zo is er sinds 2008 bijvoorbeeld de cao 90 over de bonussen die het mogelijk maakt om een loonbonus toe te kennen naargelang van de resultaten van het bedrijf. De bonus is evenwel aan strikte regels gebonden en wordt collectief toegekend op basis van de resultaten van het bedrijf, niet op basis van individuele evaluaties. Er bestaan ook nog andere mechanismen. Concreet belet niets een werkgever om een werknemer te belonen, maar dan bovenop het baremastelsel! In dit geval heeft de regering het gemunt op de basissokkel die de barema’s vormen.


De BBTK is ervan overtuigd dat een loonmodel dat draait rond individuele productiviteit de druk op de werknemers zal opvoeren en hen vooral nog meer tegen elkaar zal opzetten!


Bovendien zou het erg naïef zijn om te denken dat de werkgevers geen globaal loonbudget zullen voorzien om de belangen van hun aandeelhouders veilig te stellen ! Er zal zwaar geconcurreerd worden tussen collega’s om elk een stuk van de koek te bemachtigen. Werknemers die “niet productief genoeg” worden bevonden, zullen ook gestigmatiseerd worden, en dit zal niet alleen voor oudere werknemers gelden. We vrezen dat de loonongelijkheid die vrouwen ondergaan nog erger zal worden en dat de tewerkstelling van sommige doelgroepen nog onzekerder zal worden! Het wordt ieder voor zich in het bedrijf.  

   
Share/Bookmark