Social Profit
Het ABC van PAB en PGB
De laatste jaren is er heel wat te doen om het PAB en PGB in de gehandicaptensector. In 2001 ging het PAB definitief van start. In 2008 werd een experiment rond het PGB opgestart.
Beide systemen betekenen een sterke evolutie in de zorg, temeer omdat ze impact hebben op alle betrokken partijen:
- Voor personen met een handicap levert het individueel budget meer keuzevrijheid en vraaggestuurde ondersteuning op, maar ook veel administratie en budgetzorgen.
- Voorzieningen zetten zich schrap om te kunnen omgaan met alternatieve financieringen, en kijken hoe ze kunnen inspelen op de nieuwe trend.
- Het personeel krijgt eveneens te maken met verandering vanuit deze twee invalshoeken: een andere financiering kan impact hebben op het loon en de werkzekerheid. Vraaggestuurde zorg heeft impact op de taakinvulling en werkomstandigheden van de werknemer.
Verandering en evolutie zijn nodig. Maar om mee te kunnen praten, is het belangrijk om te weten wat PAB en PGB nu precies inhouden. In de huidige financiering van de gehandicaptenzorg gaan de middelen in principe naar de erkende voorzieningen die ondersteuning aanbieden aan zorgvragers. Het PAB en PGB zijn bedoeld als directe financiering van de zorg. Het PGB gaat daarbij zelfs nog een stap verder dan het PAB: het draait de financiering volledig om. De middelen worden niet meer aan de voorziening toegekend maar aan de persoon met een handicap. Hoe dat zit, lees je hier.
PAB: persoonlijk assistentiebudget
Het persoonlijk assistentiebudget is in feite een zorgvorm erkend door het VAPH. Je kan het dus bekijken zoals andere erkende zorgvormen: bijvoorbeeld een dagcentrum, een tehuis voor werkenden, … Het gaat om een zorgvorm waarbij de persoon met een handicap een assistent kan aanwerven om ondersteuning te krijgen. Het PAB is een budget toegekend aan de persoon met een handicap zelf. Het VAPH bepaalt de hoogte van het budget (tussen ongeveer 8845€ en 41.250€). Een PAB mag gebruikt worden voor hulp bij het huishouden, lichaamsverzorging, verplaatsingen, administratie, thuis, op school en op het werk.
De persoon die in aanmerking komt voor het PAB, sluit een arbeidscontract af met één of meerdere persoonlijke assistenten. De persoon met een handicap (of diens vertegenwoordiger) wordt dus werkgever.
Net als bij de andere zorgvormen zijn er beperkingen en controle van het VAPH op de besteding van het budget. Elke uitgave moet bewezen worden. De persoon die het budget ontvangt heet ‘budgethouder’. Er zijn tal van budgethoudersverenigingen die mensen ondersteunen bij het organiseren van de personeelsadministratie en organisatie van het budget. De budgethouder kan hiervoor ook bij een sociaal secretariaat aankloppen.
Het PAB is bedoeld om mensen meer keuzevrijheid te geven in de ondersteuning, maar is tegelijk slechts beperkt combineerbaar met andere zorgvormen van het VAPH. Doordat de budgetten laag zijn worden de assistenten vaak aan het minimumloon betaald, wat begrijpelijk is omdat de budgethouder het budget natuurlijk optimaal wil benutten. Dat is jammer voor het personeel: werken met mensen vraagt veel persoonlijke inzet.
PGB: persoonsgebonden budget
Momenteel loopt er een experiment rond deze nieuwe financiering. Het PGB draait de huidige financiering regelrecht om. Het persoonsgebonden budget is net als het PAB een rugzak met financiële middelen die de persoon met een handicap zelf toegewezen krijgt. Maar in dit geval kan het budget aan alle bestaande zorgvormen besteed worden, en dus niet alleen aan persoonlijke assistenten. Er is geen beperkte combineerbaarheid van zorgvormen zoals bij het PAB!
Het PGB kan dus gebruikt worden om persoonlijke assistentie te betalen, maar ook zorg bij welzijnsdiensten en zorg door al dan niet door het VAPH erkende zorgvoorzieningen. Bij het PGB hebben we niet enkel budgethouders, maar ook licentiehouders. Een licentiehouder is een dienst of voorziening die van het VAPH de toelating krijgt om in het kader van het PGB-experiment zorg aan te bieden. Pleitbezorgers van het PGB stellen dat de autonomie van de persoon met een handicap op deze manier versterkt wordt. Hij of zij beheert immers zelf het budget, niet de voorziening. Toch kan de persoon met een handicap zorg en ondersteuning aankopen bij voorzieningen. Op die manier financiert de persoon met een handicap dus de voorziening.
Hoeveel geld iemand ontvangt hangt af van de individuele behoefte aan ondersteuning. Daarom zijn vraagverduidelijking en inschaling een belangrijk onderdeel bij het opstarten van een PGB traject. De inschaling bepaalt de grootte van het budget. Er is een inschalingsinstrument voor mensen met een fysieke handicap en een aangepast model voor mensen met een verstandelijke handicap. Een heikel punt is dat de budgetten bepaald worden op basis van wat de zorg in een voorziening kost. Zorg en ondersteuning georganiseerd in een voorziening is echter een ander verhaal dan zorg ingekocht door een individuele budgethouder. De PGB budgetten liggen tussen ongeveer 4800€ en 48000€. Het gaat om een budget voor de ondersteuning zelf. Wanneer iemand zorg inkoopt bij een voorziening ontvangt hij of zij 15% meer budget, omdat voorzieningen ook overheadkosten dragen (andere kosten en onrechtstreekse personeelskosten).
Zoek de 3 verschillen
PAB en PGB: allebei directe financiering tegenover de huidige financiering van voorzieningen door het VAPH. Maar:
- Met het PAB kan de budgethouder alleen persoonlijke assistentie aankopen. Hij kan weinig andere zorgvormen combineren met het PAB. De budgethouder wordt werkgever van zijn assistenten. Een alternatief is om aan te kloppen bij organisaties die persoonlijke assistentie aanbieden en organiseren. Men krijgt dan natuurlijk weer te maken met een collectief aspect van de assistentie, wat de autonomie van de budgethouder verkleint.
- Met het PGB zijn er minder beperkingen. De budgethouder kan dus naast persoonlijke assistentie ook zorg aankopen bij een voorziening. Voorzieningen worden momenteel gefinancierd door het VAPH. Met het PGB verandert dat, en betaalt de zorgvrager zelf aan de voorziening.
- Het PGB zou op termijn PGB voor iedereen kunnen worden en niet enkel voor mensen die voldoen aan bepaalde criteria om een zorgvorm toegewezen te krijgen.
De vraag is of budgetten die individueel toegekend worden, kunnen concurreren met budgetten die collectief in voorzieningen ingezet worden. De collectiviteit van een voorziening vergroot immers de flexibiliteit van de ingezette middelen. Dat de PAB budgetten te laag zijn, leidt tot onwillekeurige keuzes bij budgethouders. Personeel met een lagere anciënniteit en een lager diploma zijn goedkoper, en men betaalt minimumlonen om het budget optimaal te kunnen benutten. Het collectief organiseren van individuele budgetten verkleint anderzijds de vraagsturing en keuzevrijheid van de zorgvrager. Voor alle betrokken partijen is het dus een zaak om goed na te denken op welke manier de positieve evolutie van zelfsturing omgezet kan worden in de praktijk, zonder kwaliteitsverlies voor personen met een handicap noch hun begeleiders.