Ensemble on est plus forts
FR

BBTK > Nieuws > Standpunt: Sociaal Europa?

Standpunt: Sociaal Europa?

 

Myriam Delmée, Ondervoorzitter & Erwin De Deyn, VoorzitterVan 9 tot 12 juni, van Brugge tot Aarlen, zijn jullie met bijna 100.000 actievoerders de straat op gegaan om meer koopkracht te eisen. Bedankt dat jullie met zovelen waren, dubbel zoveel als verwacht! Nu ligt de bal in het kamp van de regering. We zullen erop letten dat die eindelijk naar ons wilt luisteren.

 

Maar laten we het hier hebben over een andere regering, namelijk die op Europees niveau. Inderdaad, de Europese Ministerraad heeft op 9 juni twee ontwerprichtlijnen aanvaard waar we best zeer waakzaam op toezien. Het gaat om een wijziging van de richtlijn over de arbeidsduur en een ontwerptekst over uitzendarbeid. Uiteraard hebben die initiatieven gevolgen voor de Europese werknemers.

België staat niet achter de teksten die daar voorliggen. Wij zijn overigens met het ABVV tussengekomen om de Belgische opstelling mee te bepalen. Aangezien die ontwerprichtlijnen nog langs het Europees Parlement moeten passeren, spreekt het vanzelf dat wij zullen proberen druk uit te oefenen op de parlementsleden om ze alsnog te doen wijzigen.

60 uren per week?

Alsmaar langer werken? Volgens het Europese ontwerp zou dat kunnen. De maximale arbeidsduur per week zou op 48 uren behouden blijven. Maar de nieuwe tekst is verre van een verbetering van de bestaande richtlijn.

Het blijft inderdaad mogelijk om dat maximum te overschrijden. Erger nog, de afwijkingsmogelijkheid via een systeem van “opting out” wordt nog versoepeld. Zo blijft het niet alleen mogelijk om tot 60 uren per week te werken, via een individuele overeenkomst tussen werkgever en werknemer, maar er wordt nog een extra opening voorzien om verder te gaan. Zie je ertegen op om een zestigtal uren per week te werken? Nu zou het je zelfs kunnen overkomen dat je onder een cao valt die je nog meer doet presteren.

Een andere aspect van dit ontwerp is de wachttijd. Voor het ogenblik wordt die nog altijd aanzien als gewerkte tijd. Morgen zou dat omgedraaid worden: de zogenaamd “inactieve” wachttijd zou in principe beschouwd worden als “niet gepresteerd” – en dus niet betaald, tenzij er bij akkoord iets anders wordt afgesproken. Met andere woorden, en bij wijze van voorbeeld, zou een verpleegster die thuis ter beschikking staat om op elk moment in de auto te springen voor een oproep van het ziekenhuis, en die voortdurend met de gsm in de aanslag bereikbaar moet zijn, waar ze zich ook bevindt, simpelweg niet meer betaald worden voor zo’n weekendwachtdienst.

Zelfs al heeft deze tekst in principe geen invloed op de Belgische wetgeving, er is wel een symbolische dreiging omdat de werkgevers ernaar kunnen verwijzen als ze de Belgische regering en de vakbonden onder druk willen zetten om de reglementering van de arbeidsduur te versoepelen.

Daarom verzetten wij ons tegen de afwijkingsmogelijkheden die deze tekst voorziet. We zullen er alles aan doen opdat het Europees parlement hem alsnog aanpast.

Uitzendarbeid

Sinds jaren wordt er geprobeerd om de uitzendarbeid op Europees niveau te reglementeren. Nu is er op dat terrein een concrete stap gezet door de aanvaarding van een ontwerprichtlijn die een van de volgende weken in het Europees Parlement in behandeling wordt genomen.

We hebben een dubbel gevoel bij deze tekst. Enerzijds is het positief te noemen dat de uitzendkracht vanaf zijn eerste werkdag zou mogen rekenen op een gelijke behandeling en dat daar alleen mag van afgeweken worden door middel van een akkoord tussen de sociale partners.

Maar de tekst moet gezien moet worden in het brede kader van de Lissabonafspraken en daar knelt het schoentje. Want in dat licht wordt de uitzendarbeid erkend als een belangrijk instrument voor het werkgelegenheidsbeleid en bijgevolg wordt er voorgesteld om de beperkende maatregelen rond die arbeidsvorm op te heffen. Met een dergelijke richtlijn valt bijvoorbeeld ook te vrezen dat morgen zelfs overheidsdiensten uitzendkrachten gaan inschakelen.

Bovendien laat de tekst ook toe dat de lidstaten aparte loonvoorwaarden invoeren voor uitzendkrachten met een statuut van onbeperkte duur, zodat hun loon dus verschilt van dat van de andere werknemers van het bedrijf waar ze terecht komen.

In België is momenteel in de Nationale Arbeidsraad een belangrijke discussie aan de gang over de reglementering van het uitzendwerk. Reken er dus maar op dat de werkgevers van die ontwerptekst gebruik zullen maken om te trachten ons een dergelijke sociale achteruitgang op te dringen.

Omdat die Europese tekst zou kunnen leiden tot alsmaar grotere onzekerheid voor de werknemers zullen we meer dan waakzaam zijn en vasthouden aan onze stelling dat we geen uitzendcontracten van onbepaalde duur met een afwijkend salarisniveau dulden.

Myriam Delmée, Ondervoorzitter & Erwin De Deyn, Voorzitter