Achteruitgang voor bedienden
Als bediendevakbond kunnen we deze wijzigingen enkel betreuren. Het zijn namelijk maatregelen waarbij de rechten van de bedienden achteruit gaan, zoals de inkorting van de opzegtermijnen aantoont. Ook rond de tijdelijke werkloosheid zullen we blijven aanstippen dat dit een vorm van inkomensonzekerheid is, waarbij een deel van de factuur bovendien door de overheid zal moeten worden betaald. Het neemt niet weg dat we onze leden zo precies mogelijk willen informeren over de nieuwe wetgeving.
Opzegtermijnen ingekort
Deze veranderingen zijn enkel van toepassing voor bedienden die volgens een nieuw contract met het werk beginnen na 1 januari 2012 (en die zich boven het loonplafond bevinden). Ben je al aan de slag, dan verandert er niets. Ook voor bedienden die bruto minder verdienen dan een wettelijk bepaalde drempel (op dit ogenblik €31467), blijven de oude regels gelden.
Voor bedienden die vanaf dit jaar bij een nieuwe werkgever aan het werk gaan gelden er voortaan wel andere regels. Vroeger werd de opzegperiode bepaald in onderling overleg of vastgelegd door een rechtbank, wat in de praktijk vaak neerkwam op de zogenaamde ‘formule Claeys’. Voortaan ligt alles vast in de wet.
De nieuwe periode wordt vanaf dit jaar uitgedrukt in dagen, met een minimum van 91 dagen. Vanaf het vierde jaar dat je aan de slag bent komen daar 30 dagen bij, al daalt dat vanaf 2014 verder tot 29 dagen per jaar. Dat is de algemene regel, maar lees er zeker onze Memo Opzegtermijnen op na om de details van de nieuwe (en oude) wetgeving te leren kennen.
Tijdelijke werkloosheid veralgemeend
De economische werkloosheid voor arbeiders bestaat al een tijdje, maar de crisis van 2008 vormde voor de toenmalige regering de aanleiding om ook voor bedienden een gelijkaardige regeling uit te werken. De redenering was dat door bedrijven toe te laten hun bedienden ‘tijdelijk’ werkloos te maken, de werkgelegenheid in België minder zware klappen zou krijgen.
Wat de BBTK toen vreesde is ook gebeurd: deze maatregel werd uiteindelijk definitief in een wet gegoten. Het komt er nu op aan om in de bedrijven en de sectoren de juiste omkaderingsmaatregelen te voorzien. Hierdoor kan het inkomensverlies voor de bedienden worden beperkt en misbruik van het systeem voorkomen.
In grote lijnen laat het stelsel aan de werkgever toe om, onder bepaalde voorwaarden, je als bedienden tijdelijk minder (of zelfs helemaal niet) te laten werken. Je krijgt dan een werkloosheidsuitkering, met een toeslag van het bedrijf. Er bestaan mogelijkheden om hierover verdere afspraken te maken op sector- of bedrijfsvlak.
Lees er dus zeker onze Memo Economische werkloosheid op na om meer te leren over dit nieuwe systeem. En stap sowieso naar de BBTK-afdeling of -afgevaardigde als je werkgever dit stelsel in je bedrijf wil invoeren.