becomeAMember.title

becomeAMember.description

newsletter.newsletter

newsletter.description

newsletter.subscribe

Basisinkomen: zand in de ogen

12/05/2022 | FR / NL

Het heet ‘universeel basisinkomen’, maar wat is het idee erachter? Alle burgers zouden elke maand een uitkering krijgen zonder daarvoor te moeten werken. De laatste jaren duikt dit concept geregeld op in de media en dat zorgt telkens voor de nodige ophef. Bepaalde partijen hebben hier bovendien hun handelsmerk van gemaakt. Meestal zijn dat partijen die vooral de sociale zekerheid willen verzwakken... Maar ook sommige professoren hebben interesse in dit onderwerp en pleiten ervoor. De voorbije weken is het debat over dit thema opnieuw aangewakkerd. In de huidige economische context van sterk stijgende prijzen, waardoor veel burgers maar met moeite de eindjes aan elkaar weten te knopen, wordt het basisinkomen door sommigen naar voren geschoven als een oplossing die meer koopkracht zou kunnen opleveren. Het idee mag dan wel aantrekkelijk klinken, het is toch vooral gevaarlijk. 

Het principe van het basisinkomen is vrij eenvoudig: iedereen krijgt een bepaald bedrag zonder er iets voor te hoeven doen. Het is een inkomen dat individueel, universeel en onvoorwaardelijk is. Wat vooropstaat is gelijkheid en de individuele kant van de zaak. Dit systeem staat dus volkomen haaks op de principes van de sociale zekerheid, waar iedereen aan bijdraagt volgens zijn middelen en ontvangt volgens zijn behoeften. Zo dragen de hoogste lonen onbegrensd bij aan de financiering van de sociale zekerheid maar ontvangen ze wel begrensde uitkeringen. Het logische gevolg, voor diegenen die het minst verdienen, is dat er ook minimumuitkeringen bestaan. In tegenstelling tot het basisinkomen is de sociale zekerheid een systeem dat gebaseerd is op solidariteit tussen personen en generaties, dat veel sterker en vooral rechtvaardiger is en iedereen (ongeacht zijn situatie) in staat stelt zich te beschermen tegen de risico's van het leven. 

Achter de mooie woorden schuilt veel vaagheid. Het is erg onduidelijk hoe zo’n basisinkomen er zou uitzien en vooral hoe we het zouden financieren. Sommigen spreken over € 1500, € 1000 en anderen over nog minder. Ook is het idee geopperd om dit basisinkomen alleen toe te kennen aan bepaalde doelgroepen die als kwetsbaar worden beschouwd (zoals jongeren). De vraag of dit bedrag belastbaar zou zijn, blijft in elk geval nog onbeantwoord. Voorstanders van het basisinkomen promoten dit concept doorgaans wel graag, maar de praktische uitwerking blijft meestal uit.

De rekening is echter snel gemaakt en maakt duidelijk dat dit idee geen steek houdt. Als we een basisinkomen van € 1.100 (net boven de armoedegrens) nemen, betekent dit een kost van € 118 miljard. Ter vergelijking: de totale kostprijs van alle sociale uitgaven in België – pensioen, ziekte, werkloosheid en onderwijs samen – bedraagt € 119 miljard. Het basisinkomen is dus onbetaalbaar tenzij het budget van de sociale zekerheid wordt verlaagd of geschrapt. Budgettair gezien zou dus enkel een zeer pover basisinkomen ‘betaalbaar’ zijn. De sociale uitkeringsgerechtigden zouden echter sneller in de armoede terechtkomen en ziek zijn zou een onbetaalbare luxe worden. De BBTK roept daarom op tot de grootste voorzichtigheid. We mogen niet vergeten dat onze gezondheidszorg in de sociale zekerheid zit. De pandemie heeft ons geleerd hoe essentieel die is. 

Vandaag is het zo dat wanneer je naar de dokter gaat je ongeveer € 26 betaalt waarvan er € 22 worden terugbetaald door de sociale zekerheid (via het ziekenfonds). Je betaalt dus zo’n € 4 uit eigen zak. In een systeem waarbij er sprake is van een basisinkomen (en geen sociale zekerheid om deze kosten op zich te nemen) zal je ook alle kosten zelf uit je inkomen moeten betalen. In dit voorbeeld gaat het om een eenvoudige doktersvisite maar je je kan je voorstellen dat wanneer de afspraken oplopen of als je geopereerd moet worden, de bedragen flink kunnen oplopen. 

Wat ook cruciaal is: het basisinkomen houdt geen rekening met de verschillende behoeftes. Het maakt niet uit of je rijk, kwetsbaar, ziek, oud of alleenstaande ouder bent. Het is een one-size-fits-all oplossing onder het mom van gelijkheid. Dat staat in schril contrast met de sociale zekerheid en de sociale bijstand. De sociale zekerheid verzekert een sociaal risico (bv. werkloosheid of ziekte), de sociale bijstand geeft je een inkomen als je geen bestaansmiddelen meer hebt (onder voorwaarden en forfaitair). Het basisinkomen veegt het verzekeringskarakter volledig van tafel.  

De logica’s van sociale zekerheid en basisinkomen zijn dan ook fundamenteel verschillend. In de sociale zekerheid wordt een vervangingspercentage gewaarborgd evenredig met het verloren recht (bv. werkloosheidsuitkering, pensioen of ziekte-uitkering) en dit op solidaire (de rijksten waarborgen minimumbedragen voor de armsten) en intergenerationele wijze. Het basisinkomen zou uiteindelijk duurder uitkomen dan het huidige systeem en we zouden erop achteruitgaan.  

In 2017 deed de OESO een simulatie voor vier landen: Frankrijk, Finland, Verenigd Koninkrijk en Italië. De organisatie ging uit van een budgetneutrale invoering waarbij de uitkeringen op actieve leeftijd worden vervangen door een universeel basisinkomen. Het resultaat was ontnuchterend. In Finland zouden volwassenen € 527 per maand krijgen, in Frankrijk slechts € 456 per maand. Belastbaar nota bene. Als klap op de vuurpijl zou het armoederisico stijgen. Een budgetneutrale invoering leidt dus onvermijdelijk tot een neoliberaal mini-inkomen: een laag bedrag dat de armsten verder onder de armoedegrens duwt.  

We weten daarnaast ook niet wat de impact op de arbeidsmarkt zou zijn aangezien er weinig tot geen reële voorbeelden zijn. Zouden we gemakkelijker onaantrekkelijke jobs kunnen weigeren of zou het net omgekeerd zijn? De impact van een dergelijk systeem op de loononderhandelingen is niet te onderschatten en zou zelfs rampzalig kunnen zijn. De werkgevers zouden immers zo sterk staan dat ze loonsverhogingen kunnen weigeren en zouden zelfs in de verleiding kunnen komen om de lonen te verlagen.

In tegenstelling tot het basisinkomen is onze sociale zekerheid solidair. De breedste schouders dragen de grootste lasten. De BBTK pleit daarom voor een versterking, meer duidelijkheid. Het gaat dan om:  

  • Een individualisering van de rechten
  • Een betere financiering: geen cadeaus meer voor de werkgevers zonder jobcreatie
  • Een antwoord op veranderende behoeften (op jonge en oude leeftijd)
  • Toegankelijke en betaalbare openbare diensten
  • Een herverdeling van arbeid door middel van collectieve arbeidsduurvermindering, zonder loonverlies en met compenserende aanwervingen

De toekomst? Dat is onze sociale zekerheid versterken en tegelijk échte, realistische en haalbare oplossingen voor de koopkracht uitwerken. 

Al maanden wijzen wij op de economische moeilijkheden waarmee de burgers te kampen hebben. In april en mei hebben we hieromtrent al acties gevoerd en in juni komen we opnieuw op straat om dit aan te klagen. 

Wat de regering moet doen, is haar verantwoordelijkheid nemen en dringend maatregelen treffen om de facturen van de gezinnen lichter te maken. Maatregelen die doeltreffend en duurzaam moeten zijn en die er dus meteen moeten komen. Ook moeten onze lonen omhoog! Het is van het allergrootste belang dat de loonnormwet wordt herzien. Deze laat ons niet toe om vrij over echte loonsverhogingen te kunnen onderhandelen. Ook moet ons stelsel van automatische indexering worden gevrijwaard als cruciale buffer om de gezinnen te beschermen tegen grote tegenslagen zoals we die al gekend hebben.

Dàt zijn de maatregelen die moeten worden genomen om de situatie van de burgers te verbeteren. De oplossing ligt zeker niet in populistische retoriek rond het concept van het basisinkomen. Dat is alleen maar zand in de ogen.