Voulez-vous devenir membre ?

En tant que membre, vous avez droit à de nombreux avantages. Profitez de tous nos services et inscrivez-vous maintenant!

Newsletter

Abonnez-vous à notre newsletter et restez informé des dernières nouvelles!

S'inscrire

Je rechten op zak 2024 - Werkloosheidsuitkeringen

20/12/2023 | FR / NL
Wanneer heb ik recht op een werkloosheidsuitkering?
Hoeveel bedraagt mijn werkloosheidsuitkering?
Ik werk deeltijds. Hoe zit het met mijn recht op werkloosheid?
Sancties - Wanneer kan ik tijdelijk worden uitgesloten van werkloosheidsuitkeringen?
Wat zijn mijn verplichtingen als werkloze?
Mag ik werken als werkloze?
Ik ben schoolverlater, heb ik recht op werkloosheidsuitkeringen?

Het bedrag van je werkloosheidsuitkering wordt berekend op basis van je laatst verdiende loon, je gezinstoestand (samenwonend met gezinslast, alleenstaand of samenwonend zonder gezinslast) en je beroepsverleden. De hoogte van de uitkering is ook afhankelijk van hoe lang je werkloos bent.

Je hebt recht op een werkloosheidsuitkering als je:

  • ingeschreven bent als werkzoekende;
  • een minimum aantal dagen hebt gewerkt. Deze dagen moeten liggen in de periode die de werkloosheid voorafgaat, tijdens een specifieke periode. Deze hangt af van je leeftijd;
  • arbeidsgeschikt bent. Dit betekent dat je geen uitkeringen voor ziekte of arbeidsongeschiktheid van het ziekenfonds mag ontvangen;
  • onvrijwillig werkloos bent. Het mag niet jouw schuld zijn dat je ontslagen bent. Als je zelf ontslag neemt, riskeer je tijdelijk gesanctioneerd te worden door de RVA.

Zoals al gemeld, stelt de RVA het brutodagbedrag van je werkloosheidsuitkering vast op basis van:

  • je gezinstoestand;
  • je laatst verdiende loon (begrensd);
  • en je beroepsverleden.

De uitkeringen zijn wel degressief. Dat betekent dat het bedrag van de uitkeringen na verloop van tijd zal zakken.

Je doorloopt een eerste, tweede en ten slotte een derde vergoedingsperiode. Die periodes zijn op hun beurt opgedeeld in meerdere fases.

In het kort volgt na de eerste periode van één jaar (= drie maanden + drie maanden + zes maanden) een periode van twee maanden, verlengd met twee maanden per jaar beroepsverleden. Deze tweede periode bedraagt maximaal 36 maanden en is opgedeeld in maximaal vijf fases. 

Tijdens de derde periode, na maximaal 48 maanden werkloosheid (= 12 maanden eerste periode + maximaal 36 maanden tweede periode), ontvang je als werkloze een forfaitaire uitkering. Het bedrag hangt af van je gezinssituatie, maar niet langer van je laatst verdiende loon.

Je kan altijd terugkeren naar de eerste vergoedingsperiode op voorwaarde dat je het bewijs levert van voldoende tewerkstelling.

Ben je werkloos of dreig je het te worden, neem dan zeker contact op met de dienst werkloosheid van het ABVV. Zij zullen je uitkeringen berekenen en uitbetalen. Indien nodig kunnen ze je dossier ook verdedigen bij de RVA.

Voor de werkloosheidsreglementering bestaan er verschillende soorten deeltijdse werknemers:

  • de onvrijwillig deeltijdse werknemers of de deeltijdse werknemers met behoud van rechten, dat wil zeggen de personen die een deeltijdse baan aanvaarden om uit de werkloosheid te geraken. Zij kunnen onder bepaalde voorwaarden een inkomensgarantie-uitkering genieten. Na afloop van je deeltijdse arbeidsovereenkomst heb je recht op voltijdse werkloosheidsuitkeringen. Om dit statuut te kunnen genieten, moet je bij het ABVV je aanvraag om het statuut te verkrijgen indienen binnen een termijn van twee maanden die ingaat op de dag waarop de deeltijdse activiteit aanvangt;
  • de vrijwillig deeltijdse werknemers, dat zijn de werknemers die bewust kiezen voor een deeltijdse baan. Deze werknemers kunnen ook onder bepaalde voorwaarden een inkomensgarantie-uitkering genieten; 
  • deeltijdse arbeid die met voltijdse arbeid wordt gelijkgesteld. Dit zijn de deeltijdse werknemers die een brutomaandloon ontvangen dat minstens gelijk is aan € 1.994,18 (bedragen op 01/11/2023) en die de toelaatbaarheidsvoorwaarden vervullen om werkloosheidsuitkeringen te genieten als voltijdse werknemer. Dit statuut verschaft diverse voordelen, zoals het feit dat je je voltijdse toelaatbaarheid behoudt en dat je werkloosheidsuitkering zal worden berekend op basis van het loon dat je hebt ontvangen vóór de deeltijdse tewerkstelling.

Als je je werk opgegeven hebt zonder wettige reden loop je het risico om van het recht op uitkeringen uitgesloten te worden. Deze sanctie bedraagt ten minste vier weken en maximaal 52 weken. Een deel van deze periode kan uitgesteld worden. Hetzelfde geldt wanneer je een passende betrekking hebt geweigerd of wanneer je je niet bij een werkgever hebt aangeboden.

Als je ontslagen werd door je eigen schuld, dan kan je van het recht op uitkeringen uitgesloten worden gedurende ten minste vier weken en ten hoogste 26 weken.

Als werkloze moet je: 

  • ingeschreven zijn als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst (behoudens vrijstelling);
  • een controlekaart bij je hebben tot de leeftijd van 60 jaar;
  •  beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.
    • dat je vóór de leeftijd van 60 jaar onderworpen bent aan een verplichting van actieve en passieve beschikbaarheid. Je moet elke passende betrekking aanvaarden en mag geen onterechte bezwaren maken (= voorwaarden stellen) tegen een werkhervatting. Een werkloze die als onbeschikbaar wordt beschouwd, wordt uitgesloten voor de duur van de onbeschikbaarheid;

Beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt betekent:

  • dat je vanaf de leeftijd van 60 jaar niet meer onderworpen bent aan de verplichting van actieve beschikbaarheid maar wel aan een verplichting van aangepaste beschikbaarheid. Dat betekent dat je automatisch de volgende vrijstellingen geniet:
  • Je moet niet meer actief naar werk zoeken.
  • Je bent niet meer onderworpen aan de procedure voor de activering van het zoekgedrag naar werk.
  • Je moet niet meer in het bezit zijn van een controlekaart. 
  • Je moet in België verblijven.

Om uitkeringen te kunnen genieten, moet je een gewone verblijfplaats hebben in België en er werkelijk verblijven. Als je ten minste 60 jaar bent, kan je onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld worden van deze verplichting. 

Je mag als werkloze geen activiteiten uitoefenen. 

Alleen het beheer van je eigen bezit (bv. onderhoud van de woning) is toegestaan. Je bezit aanzienlijk in waarde doen stijgen (bv. bijbouwen) is niet toegelaten. Bovendien mogen de activiteiten voor jezelf niet worden verricht om winst te maken en mag dit het zoeken naar een baan niet in het gedrang brengen. 

Slechts onder strikte voorwaarden kan je als werkloze een bijkomend beroep uitoefenen als zelfstandige of loontrekkende of hulp blijven verlenen aan een zelfstandige met wie je samenwoont. 

Vrijwilligerswerk is toegelaten, maar strikt gereglementeerd. Je moet als werkloze kunnen bewijzen dat het gaat om vrijetijdsbesteding en dat de activiteit niet kan worden ingeschakeld in het economisch ruilverkeer. De activiteit die je uitoefent mag je ook geen materieel voordeel opleveren. 

Als je afgestudeerd bent, heb je niet onmiddellijk recht op uitkeringen. Eerst moet je de beroepsinschakelingstijd doorlopen die 310 dagen bedraagt, ongeveer één jaar, tijdens welke je geen recht hebt op uitkeringen.

Tijdens de beroepsinschakelingstijd moet je beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Dit wil zeggen: 

  • dat je bereid moet zijn om elk passend werkaanbod of elk passend aanbod voor het volgen van een beroepsopleiding te aanvaarden;
  • dat je je dient aan te melden bij de bevoegde arbeidsbemiddelingsdienst en/of dienst voor beroepsopleiding indien je daartoe bent uitgenodigd;
  • en dat je je moet aanmelden bij een werkgever indien je daartoe door de arbeidsbemiddelingsdienst werd uitgenodigd. 

Bovendien moet je zelf actief naar werk zoeken. Je zoekgedrag naar werk zal beoordeeld worden door de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling en je kan pas inschakelingsuitkeringen ontvangen als je hieromtrent twee positieve evaluaties hebt gekregen.